Lokale luxe

De meeste mensen hebben ondertussen wel gehoord van Peak Oil; het feit dat olie langzaamaan aan het opraken is en dus duurder zal worden. Maar bij de gevolgen daarvan staat niet iedereen stil. Olie wordt werkelijk óveral voor gebruikt. Van het produceren van plastic tot het maken van kunstmest. Ook voedsel wordt dan duurder, want het telen en het transport ervan gaat meer geld kosten.

En zo kwam met de komende feestdagen met al het luxe eten een vraag bij mij op. Wat voor exotisch kan je groeien op je eigen vensterbank en in de achtertuin? Een rondje door het huis leverde de volgende producten op die ik toch wel wekelijks gebruik: chocolade, peper, kaneel, groene thee, koffie, rijst, gember en een waslijst aan verschillende vruchten. Wij zijn misschien wel gewend aan die luxe, maar voor het olietijdperk was een sinaasappel iets bijzonders op onze noorderbreedte. En wie weet hoe het in de toekomst zal zijn…

In de fruitschaal
Het is bijna allemaal fruit van ver weg wat wij thuis eten. Sinaasappel, pompelmoes, mango, banaan. Tja. Er is niet zoveel fruitigs te vinden op dit moment dat meer lokaal is. In ieder geval niet als je een beetje wilt afwisselen met de geijkte appels en peren. Volgend jaar wordt het dus jam maken van lokaal fruit of ze invriezen. Nu verwijt ik niet alleen mezelf de weinige keuze op het moment, maar ook de supermarkt. Hebben ze nou echt niks anders dan drie variëteiten appels, twee soorten peren en dan een hele lading tropisch fruit? Waar zijn/waren de zwarte bessen, duindoornbessen, kweeperen en mispels bijvoorbeeld?

Het zou volkomen mogelijk moeten zijn om ook in de winter niet-ingevlogen fruit te eten, met wat meer planning en wat meer keuze. Dus zelf groeien en zelf bereiden. Dat wordt mijn goede voornemen voor volgend jaar. Mocht je trouwens echt niet zonder citrusvruchten kunnen, er is een winterhard familielid uit Azië: Poncirus trifoliata. Zo lekker als een sinaasappel zijn de vruchten niet, maar als vervanging van citroensap of voor marmelade lijkt het best geschikt te zijn.

Specerijen
Gelukkig, gember kweek je heel gemakkelijk zelf op de vensterbank. Zelfs zonder al te veel groene vingers moet het lukken. Je stopt een verse gemberwortel in een pot met aarde en zorgt dat het warm en vochtig blijft. Hoe precies? Zo.

Maar een kaneelboom in je woonkamer wordt het ‘m waarschijnlijk niet. Gelukkig is er een goed substituut. De Amerikaanse Calycanthus floridus is goed winterhard, en de gedroogde schors kan je net zo gebruiken als kaneelstokjes. En de plant is ook nog eens decoratief, met donkerrode bloempjes.

Ook voor de peperplant bestaan er winterharde alternatieven. De besjes van de verschillende Zanthoxylum-soorten smaken peperig en kunnen gedroogd prima doorgaan voor peper. De bekendste is de Szechuanpeper, Zanthoxylum piperitum. De jonge blaadjes kunnen ook als pittige smaakmaker worden gebruikt. Met één struik heb je een flinke voorraad peper, want struiken die zo rond de 10 jaar zijn, schijnen een opbrengst te hebben van 1,5 kilo. Daar kan je behoorlijk wat gerechten mee op smaak brengen!

Een lokaal kopje koffie of thee
Koffiesubstituten zijn er genoeg; de geroosterde wortel van paardenbloem of cichorei, geroosterd zaad van kleefkruid, geroosterde zonnebloempitten… Noem het maar op. Maar ongetwijfeld zullen mijn gasten vreemd opkijken als ik stiekem de koffiebonen verruil voor paardenbloemwortels. Bitter is het wel, maar koffie?! Nee niet echt…

Daarentegen is thee prima te groeien in ons klimaat! Weliswaar op een beschut plekje, maar in Groot-Brittannië is er zelfs een commerciële theeplantage. De Britse plantkundige James Wong is ieder geval erg enthousiast over zijn theeplant en gebruikt de bladeren ook in salades en op de typische Engelse komkommersandwich. Nu komt er nog wel wat meer bij kijken bij het maken van een kopje thee, zoals het oxideren, roosteren en stomen van de blaadjes. Maar toch, een theeplant in eigen tuin?! Ik vind het stoer!

Exotisch graan
Het goede nieuws is, is dat het in theorie mogelijk zou moeten zijn om ook hier in Europa rijst te laten groeien. Het slechte nieuws is; wat een gedoe voor een kommetje rijst! Quinoa als alternatief misschien? Dit pseudograan zonder gluten is lekker, gezond en is ook buiten Zuid-Amerika gemakkelijk te groeien. De verwerking is wel nogal een karwei, zoals met de meeste (pseudo-)granen. De tros drogen, de bloemen kleiner wrijven, zeven, drogen, wannen om de zaden van het kaf te scheiden en weer drogen. Een hele lijst. De opbrengst is echter hoog, dus het werk lijkt de moeite waard te zijn. Sommigen melden 500 gram zaden van tien quinoaplanten, anderen zelfs 700 gram van vijf planten. Of ze gelijk hebben? Ik ga volgend jaar een stukje reserveren in de tuin en het zelf uit proberen!

En dat lokaal alternatief voor chocolade? Oeps. Geen idee! Dat wordt afkicken…

P.S. Alvast een fijne kerst gewenst!

Foto: Robert Verzo, “Poncirus trifoliata”, 24 september 2011 via Flickr, Creative Commons Attribution

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s