Wilde woensdag: Smeerwortel

Waarom niet iedereen wat smeerwortel heeft geplant, is mij een raadsel. Of misschien ook eigenlijk niet, gezien het feit dat deze plant zich nogal agressief verspreidt als hij het er naar z’n zin heeft. Maar mits dit eigenschap in de hand wordt gehouden (zie mijn tips later), is de smeerwortel een aanwinst voor elke tuin. Weinig planten zijn zo multifunctioneel als deze. De meest voorkomende is de Gewone smeerwortel en de Latijnse naam, Symphytum officinale, verraadt al dat het hier om een nuttige plant gaat.
De soortaanduiding, officinale, is een term die je vaker tegenkomt bij planten. Het verwijst naar de officina, de voorraadkamer van Middeleeuwse kloosters. In deze kamer werden medicijnen en andere noodzakelijkheden bewaard. Linneaus greep terug op dit gebruik, toen hij zijn Botanische nomenclatuur opstelde; officinale werd toegevoegd aan planten die bekend stonden om hun geneeskracht en andere nuttige eigenschappen.
Van de geslachtsnaam kan je afleiden welke eigenschappen smeerwortel heeft.  Symphytum komt namelijk van het Griekse symphyo, dat “samen laten groeien” betekent. Het samen laten groeien van botten en spieren welteverstaan. En nog steeds wordt smeerwortel voor dit doel gebruikt en ik kan beamen dat het wonderlijk heeft gewerkt voor een oude blessure. Hier vind je het recept voor het maken van smeerwortelzalf.

Maar deze veelzijdige plant heeft zo veel meer eigenschappen. Eigenschappen die wellicht belangrijker zijn dan de helende kwaliteit. Laten we eens beginnen met de rol van de smeerwortel voor andere organismes dan de mens.
Tenzij expliciet anders vermeldt, heb ik het hier overigens over Symphytum officinale.

Het ondergrondse ecologisch evenwicht
Mijn voornaamste reden om deze plant een plekje in de tuin te gunnen is vanwege het feit dat het een bepaalde balans brengt in de tuin.
De smeerwortel behoort namelijk tot de zogenaamde dynamische accumulatoren, en is zelfs één van de beste. Voor degenen die deze term nog nooit in een botanisch verband hebben gezien, eerst maar even wat uitleg. Dynamische accumulatoren verzamelen voedingstoffen en mineralen uit het diepere gedeelte van de bodem en slaan ze op in hun bladeren en andere plantenweefsels. Veel andere planten reiken echter niet tot dat diepere gedeelte en hebben dus geen toegang tot sommige voedingstoffen. Door het ontbinden van de wortels en bladeren van de dynamische accumulatoren worden deze stoffen beschikbaar gemaakt voor de andere planten. Het gevolg is dat de bodem langzaamaan rijker wordt in voedingstoffen en er betere omstandigheden worden gecreëerd voor alle planten. Ook fijn voor de tuinier dus; gezondere planten met minder compost en zonder kunstmest. Er zijn nog een heleboel andere soorten dynamische accumulatoren, maar die bewaar ik voor een andere keer.

Terug naar de smeerwortel. Deze plant wordt wel de kampioen onder de dynamische accumulatoren genoemd. Het verzamelt namelijk kalium, fosfor, calcium, koper, ijzer en magnesium. Samen met stikstof, zijn fosfor, kalium en calcium de stoffen die het vaakst de groei van planten beperken. Dus een paar smeerwortels in je tuin kan veel betekenen voor andere planten. Een ideale plaats om de smeerwortel neer te zetten is rondom fruitbomen en –struiken, want die hebben veel kalium nodig voor het vormen van bloesem en fruit. Ook op plaatsen waar de grond erg compact is, kan de smeerwortel van dienst zijn; de sterke wortels breken de grond open, zodat andere planten gemakkelijker kunnen volgen.

Een andere manier waarop smeerwortel het evenwicht in de bodem bevordert, is dat het een goede bodembedekker is. Heel belangrijk voor een gezonde tuin, want een kale bodem functioneert bar slecht. Zonder een bodembedekking verliest de grond al heel snel voedingstoffen; door wind- en watererosie verdwijnen ze naar andere plekken. Sommige voedingsstoffen worden afgebroken door direct zonlicht, en weer anderen gaan over in de lucht door ontbinding. En de vele nuttige beestjes in de bodem hebben geen voedsel zonder de planten. Kortom, een goede bodembedekker levert een ontzettende grote bijdrage aan het ecologisch evenwicht in de tuin. En smeerwortels zijn een geschikte kandidaat voor dit doel.

Zonder twijfel komt de smeerwortel dus ten goede aan de andere planten. Maar ook de beestjes in je tuin worden erg blij van de smeerwortel!

Het bovengrondse evenwicht
Om te beginnen met één van de o zo belangrijke bestuivers: de hommels brengen de smeerwortel graag een bezoekje. Dit neefje van de bij kan wel wat extra nectar gebruiken, want te veel hommels staan op de Rode Lijst vermeld. En afgezien van z’n schattige wollige uiterlijk is de hommel minstens zo nuttig als de bij. Hij is bij lagere temperaturen actief dan een bij, dus erg belangrijk in ons koude kikkerlandje.

Bumblebee

Behalve nectar biedt de smeerwortel ook onderdak aan verschillende insecten die belangrijk zijn voor het natuurlijk evenwicht in je tuin. Eén daarvan is het publiekslievelingetje het lieveheersbeestje, waarvan het favoriete maaltje bladluizen is (hoera!) en die graag bivakkeert op een smeerwortelplant.

Gewone sluipwespen en schilwespen klinken daarentegen als dieren die je eigenlijk liever niet tegen wilt komen. Maar eigenlijk zijn het vooral rupsen die deze wespen liever niet zien, want ze leggen eitjes in de rupsen en de larven eten ze vervolgens van binnen op. Verre van prettig voor de rups zelf, maar wel fijn voor de planten waarop de rups het voorzien had. Naast rupsen, behoren ook beestjes als schorskevers en bladluizen tot de prooien van deze wespen. En waar ze het liefst overwinteren? Juist, in de grond onder een smeerwortel.

Nog een fan van de smeerwortel is de gaasvlieg, die graag haar eieren legt op ruwe bladeren, zoals bijvoorbeeld smeerwortels, brandnetels en komkommerkruid. De gaasvliegen eten insecten met een zacht lichaam, dus ook weer bladluizen, rupsen, insecteneieren en nog tal van andere soorten die het voorzien hebben op planten.

En om het rijtje van smeerwortelliefhebbers af te sluiten: spinnen! Ook zij eten een heel scala aan verschillende insecten, die zich anders te goed zouden doen aan je planten. Ze eten alles wat beweegt, en houden zo insectenuitbraken onder controle. Maar ze moeten wel een beetje vertroeteld worden, want extreme temperaturen en droogte verdragen ze niet goed. Geen kale grond dus, maar graag bodembedekkers of mulch.
Ook overwinteren spinnen onder de grond, en wetenschappers hebben onderzocht welke planten favoriet zijn daarvoor. Tarwe had gemiddeld minder dan 10 spinnen per vierkante meter, in tegenstelling tot verschillende wilde planten. De aantallen van die planten varieerden tussen de 50 en 170 per m2. En de absolute winnaar? Inderdaad, smeerwortel. Gemiddeld overwinteren er 240 spinnen per m2 in de grond onder smeerwortelbladeren. [1]

Culinair gebruik
En daar zou ik het nog bijna vergeten ook, want naast alle andere kwaliteiten is smeerwortel ook nog eens eetbaar. Maar een beetje voorzichtigheid kan geen kwaad in dit geval. Er zitten namelijk stofjes in die bij hoge interne doses de lever kan aantasten, pyrrolizidine-alkaloïden genoemd. Dus niet elke dag eten, en niet eten als je al een leveraandoening hebt. Meer over het onderzoek naar de giftigheid kan je hier lezen. Maar zo nu en dan een blaadje lijkt geen kwaad te kunnen. (En voor de wat voorzichtiger medemens; alcohol is ook niet bepaald goed voor je lever en ik ken weinig mensen die nooit een glaasje nemen. Matigheid met alles.)

Een beproefd recept is gefrituurde smeerwortelbladeren. Ik heb het zelf nog nooit geprobeerd, maar de Britten serveren het als snack of als bijgerecht bij vis. Het is zo gemaakt: in een kommetje 100 gram meel, 145 milliliter bier, een ei, peper en zout mengen. Blad erin dippen en frituren tot het lichtbruin is. Klaar.

Nu is het grappige dat op andere plekken op het internet smeerwortel wordt aangeraden als voedingsupplement voor veganisten. Het zou namelijk de vitamine B12 bevatten, waarvoor je normaal gesproken dierlijke producten moet eten. Om meteen maar dat fabeltje uit de wereld te helpen; ja, smeerwortel bevat B12, maar nee, gebruik het niet als voedingssupplement. Volgens een Australisch onderzoek zou je namelijk bijna 2 kilo bladeren per dag moeten eten om aan het minimum B12 te komen. En dat kan je lever echt niet aan.

Er is niet alleen veel tegenstrijdige informatie over het eten van smeerwortel door mensen, maar ook door dieren. Zo noemt de Cornell-universiteit smeerwortel gevaarlijk voor paarden, koeien, varkens en geiten. Terwijl een ander onderzoek het gebruik van smeerwortel als veevoer juist aanraad, vanwege het eiwitgehalte. Eén van de beste artikelen op het gebied van smeerwortel vermeldt dat kippen en varkens geen nadelige gevolgen ondervinden van het voeren van smeerwortel, maar haar bron is een notoir smeerwortelfan, Lawrence D. Hills. Niet de meeste neutrale persoon op dit gebied dus. Het blijft een raadsel, en meer onderzoek zou erg welkom zijn.

En dan is het ook nog eens zo dat de giftige stoffen per smeerwortelsoort verschillen. Zo is de Symphytum officinale relatief veilig, terwijl de bastaardsmeerwortel (Symphytum x uplandicum) een veel hoger percentage schadelijk stoffen bevat.

In de hand houden
Maar goed, afgezien van de dubieuze eetbaarheid van de smeerwortel is het zo’n nuttige plant, dat ik het zeker aanraad het in de tuin te hebben. Maar dan wel een beetje controleerbaar, want zoals gezegd kan smeerwortel erg gaan woekeren. Het zaait uit, en de wortels breken gemakkelijk af om zo van de kleine stukjes nieuwe planten te laten groeien. Denk er dus goed van tevoren over na op welke plek je de smeerwortel permanent kan laten staan. En om de smeerwortel op die plaats te houden, zijn er verschillende oplossingen.

Ten eerste is er een hybride smeerwortel ontwikkeld die geen zaad ontwikkelt en dus niet uitzaait; de al genoemde Symphytum x uplandicum. De meeste geslaagde variëteit is de zogenaamde Bocking 14, ontwikkeld door de al genoemde Lawrence D. Hills. Speciaal voor gebruik in de biologische tuin.

Mocht je smeerwortel trouwens willen gebruiken voor eetbare en/of medicinale doeleinden, zorg er dan voor je dat de Symphytum officinale neemt. Zoals hierboven vermeld kunnen andere soorten meer giftige stoffen bevatten. En voor de wildplukkers onder ons nog een extra noot; wees er zeker van dat je de smeerwortel niet verward met het, zeer giftige, vingerhoedskruid voordat het in bloei staat.

Maar ook bij de steriele planten heb je wel nog steeds het wortelprobleem. Bij ongewenste planten kan je een rigoureuze versie van de ‘chop-and-drop’ techniek gebruiken. Oftewel; je hakt de bladeren van de plant en legt ze op de grond. Daar waar ze terecht komen, of waar de grond wat extra voedingstoffen kan gebruiken. Op een gegeven moment heeft de plant al z’n energie opgebruikt, en komt hij niet meer op. Ook voor gewenste smeerwortels en andere krachtig groeiende dynamische accumulatoren kan je deze techniek gebruiken, mits de plant genoeg tijd heeft om te herstellen.

Een ander idee is om de smeerwortel in een (grote) pot te groeien, of zelf in een zak. Deze blogger gebruikt een zak met smeerwortel erin om overtollig water op te vangen. Heel slim idee en de moeite van het proberen waard.
De smeerwortel houdt sowieso wel van wat vocht, dus als je een droger gebied woont is het misschien ook handig om de plant te plaatsen naast de regenpijp of –ton.

Trouwens, voor sommige mensen is het verspreidende karakter van de smeerwortel juist een voordeel. Een voedende plant die snel grote oppervlakten verspreidt en behoorlijk wat schaduw kan hebben. Ideaal als een bodembedekker voor grote tuinen. Een smeerwortelsoort die uitstekend is voor dit soort tuinen is de S. ibericum. Het groeit tot rond de 40 cm hoog, verspreidt nog vlugger dan andere smeerwortels en is groenblijvend. Net als andere smeerwortelsoorten verdraagt het een heleboel en je kan er zelfs zo en dan overheen wandelen.

Nog een laatste argument om je ervan te overtuigen dat smeerwortel geweldig is. Het staat erg fraai in je tuin! Zie deze imposante rij van smeerwortels.

russian-comfrey-Web jpg

[1] Bron: Enhancing Biological Control: Habitat Management to Promote Natural Enemies of Agricultural Pests, C. Pickett en R. Bugg, 1998, pagina 64

Foto 1: Calsidyrose, “Comfrey in the Evening”, 21 april 2009 via Flickr, Creative Commons Attribution

Foto 2: Orangearochs, “Bumblebee on comfrey, Sandy, Bedfordshire”, 25 mei 2013 via Flickr, Creative Commons Attribution

Foto 3: Symphytum × uplandicum in the garden of Meg. Thank you for the use of the picture, Meg!

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s